WAT IS ORTHOPTIE?

Orthoptie betekent letterlijk “recht zien”. Belangrijk werkterrein van de orthoptist is het onderzoek van de oogbalans, de samenwerking van de ogen, het dieptezicht, het opsporen van een oogbewegingsstoornis… en dit zowel bij kinderen als bij volwassenen. Ook het meten van de gezichtsscherpte en refractie bij kinderen, het opsporen en behandelen van een lui oog, aanpassen van hulpmiddelen bij slechtzienden, zijn belangrijke taken van de orthoptist.
  
Meestal kom je bij ons terecht op verwijzing van de oogarts, soms ook na screening door Kind en Gezin of het CLB.

MOGELIJKE AANDOENINGEN

Scheelzien

Scheelzien of strabisme noemen we een scheefstand van de ogen. Meestal is één oog opvallend afwijkend maar in essentie is het evenwicht tussen de twee ogen verstoord.


Lui oog (amblyopie)

Een lui oog ziet minder scherp doordat het detailzicht op jonge leeftijd onvoldoende ontwikkeld is. Een oog wordt lui wanneer de juiste stimulatie ontbreekt tijdens de eerste levensjaren. Onvoldoende stimulatie zorgt voor een verminderde ontwikkeling van hersencellen die verantwoordelijk zijn voor het detailzicht. Zo wordt een oog dat in aanleg gezond is, toch een slechtziend oog, zelfs met de best aangepaste bril. Een lui oog is niet meer te behandelen na de leeftijd van 8 à 10 jaar, de slechtziendheid is dan definitief.

De behandeling van het luie oog start bij voorkeur zo jong mogelijk, eventueel al tijdens het eerste levensjaar. Hoe vroeger men de behandeling start en hoe consequenter men de behandeling aanhoudt, des te beter de uiteindelijke gezichtsscherpte zal zijn. Voor de behandeling van een lui oog wordt een bril voorgeschreven of een oogpleister of een combinatie van beide. De bril zorgt voor een scherp beeld op het netvlies, een oogpleister op het goede oog dwingt het luie oog tot ‘kijken’.


Dubbelzien (diplopie)

Dubbelzien (diplopie) is het tegelijkertijd zien van twee identieke beelden. De meest voorkomende oorzaak van dubbelzien is een plotse fout in de samenwerking tussen de ogen (=binoculair probleem). De ogen zijn niet meer op hetzelfde punt gericht. Een tweede beeld wordt waargenomen links, rechts, boven, onder of schuin ten opzichte van het goede beeld. Waar dit beeld zich bevindt, is afhankelijk van de richting waarin het ‘schele’ oog kijkt.


Een (jong) kind dat plots scheel kijkt, kan soms tekenen van dubbelzien vertonen:

  • het kind sluit geregeld één oog
  • het kind grijpt naast voorwerpen
  • zeer jonge kinderen houden hun knuffel steeds voor één oog

Men kan ook dubbelzien met één oog open (monoculair dubbelzien), bijvoorbeeld door cataract, netvliespathologie, … De oorzaak van monoculair dubbelzien moet steeds door een oogarts worden opgespoord.


Uw specialist 

Ann Deckx
Dr. Nijs