WERKING VAN DE TRAANWEGEN

Het traanvocht wordt gemaakt door de traanklier. Deze ligt aan de buitenkant van het bovenooglid. Van daaruit vloeit het traanvocht als een dun filmpje over de voorzijde van het oog om het tegen uitdroging te beschermen. De traanpunten bevinden zich aan de neuskant in het onder en bovenooglid.  Ze vormen het begin van de traankanaaltjes die uiteindelijk uitmonden in de traanzak die uitkomt onderin de neus. Dit kunnen we merken wanneer we huilen. Niet alleen rollen er tranen uit de ogen, maar door het vele traanvocht gaan we ook snotteren.

Bij kinderen is meestal het laatste gedeelte van de traanweg niet goed aangelegd.  Bij ouderen is de oorzaak meestal onbekend. Soms gaat de verstopping gepaard met een uitgezette traanzak, te voelen als een zwelling in de ooghoek. De afwijking kan verholpen worden door een nieuwe verbinding te maken tussen de traanzak en de neus met een dacryocystorhinostomie.

De arts kijkt of het ooglid en het traanpuntje goed tegen het oog aanliggen. De traanwegen worden met een zoutoplossing doorgespoten. Wanneer het zoute water in de keel komt zijn de traanwegen in ieder geval doorgankelijk.  Wanneer het water niet in de keel komt, zijn de traanwegen waarschijnlijk verstopt. Met een dun staafje kan worden bekeken of de traankanaaltjes goed doorgankelijk zijn. Met deze eenvoudige testen kan meestal bepaald worden of er sprake is van een verstopping en waar deze verstopping zich bevindt.

BEHANDELINGEN

Oogsondage

Bij een oogsondage worden de traanwegen voorzichtig doorgeprikt. Via het traanpuntje in het onderooglid en bovenlid wordt een dun metalen staafje door de traanwegen tot in de neus gebracht. De ingreep gebeurt in dagbehandeling onder algehele narcose. De bedoeling is om de membraan te openen die bij kinderen vaak aanwezig is bij de uitmonding van het traankanaal in de neus.

Laser DCR (endonasale DCR)

Wanneer het tranen na sondage blijft bestaan, bestaat de behandeling uit het plaatsen van een siliconenslangetje in de traanwegen. Bij een laser DCR wordt er eerst door middel van laserstralen de toegang van de traanwegen tot de neus vergroot.
De operatie vindt onder algemene verdoving plaats. U wordt opgenomen in het ZOL, Campus St.-Barbara te Lanaken.  U mag de dag zelf het ziekenhuis nog verlaten.

Dacryocystorhinostomie (open DCR)

Bij deze operatie wordt er een nieuwe verbinding gemaakt tussen de traanzak en de neus. Er wordt een snee in de huid gemaakt in de ooghoek aan de neuskant. Er wordt vervolgens een gaatje gemaakt in het bot tussen de traanzak en de neus. Daarna wordt het slijmvlies van de traanzak aan het slijmvlies van de neus vastgehecht. Er ontstaat dan een nieuwe verbinding tussen de traanzak en de neus. Aan het einde van de operatie een dun siliconen buisje in de traanwegen achtergelaten om te voorkomen dat de opening te snel dichtgroeit. Dit wordt minimaal zes weken na de operatie verwijderd.
De operatie vindt onder algemene verdoving plaats.  U wordt opgenomen in het ZOL, Campus St.-Barbara te Lanaken. U mag de dag zelf het ziekenhuis nog verlaten.

Richtlijnen na de Laser DCR en dacryocystorhinostomie

  • De eerste 6 weken mag u de neus niet snuiten.
  • Een felle neusbloeding kan optreden tot een week na de operatie. Op zo’n moment knijpt u uw neus krachtig dicht. Stopt de bloeding niet binnen 5 minuten, neemt u dan met ons contact op op het nummer 089/76.60.78.
  • Het is normaal om bloed- of vochtverlies uit de wonde, neus of in de keel te hebben tijdens de eerste week na de operatie. Blauwe, gezwollen oogleden zijn ook normaal de eerste 2 weken na de operatie.
  • Ook gevoeligheid rond het geopereerde gebied is normaal.
  •  

Uw Specialist

Dr. Nijs
Dr. Lodewijks